Typisch Curaçao: dit maakt het eiland uniek

Typisch Curaçao is een combinatie van kleurrijke koloniale architectuur, intieme baaitjes, een levendige lokale cultuur en smaken die je nergens anders vindt. Het eiland in de zuidelijke Caraïben heeft een heel eigen karakter dat duidelijk verschilt van andere Caraïbische bestemmingen. Hieronder vind je de dingen die Curaçao echt maken tot wat het is.

Willemstad: de meest kleurrijke hoofdstad van het Caribisch gebied

De hoofdstad Willemstad staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst en dat is niet voor niets. De gevels langs de Handelskade zijn geschilderd in felle kleuren: okergeel, koraalrood, mintgroen en kobaltblauw. Volgens de overlevering liet een vroege gouverneur de witte gevels verven omdat de felle zon hem hoofdpijn bezorgde. Of dat verhaal klopt is onduidelijk, maar het resultaat spreekt voor zich.

Willemstad bestaat uit twee wijken die door de smalle Sint Annabaai worden gescheiden: Punda en Otrobanda. Die verbind je via de beroemde Queen Emma-brug, een drijvende pontonbrug die openschuift als er schepen passeren. Sta je op het verkeerde moment aan de overkant, dan pak je een kleine veerboot. De stad is compact en goed te verkennen op eigen houtje.

Intieme kleine baaitjes

Curaçao heeft geen lange strandstroken zoals op andere eilanden, maar wel tientallen kleine, beschutte baaitjes die hier “knips” of “baaien” worden genoemd. Knip, Cas Abao en Playa Lagun zijn enkele bekende voorbeelden. Juist die kleinschaligheid maakt ze aantrekkelijk: rustig, helder water en een koraalrif soms op enkele meters afstand van de kust.

Playa Lagun is een goed voorbeeld van wat typisch Curaçaos is. Het baaitje is smal ingeklemd tussen kliffen, het water is diepblauw en als je snorkelt zie je regelmatig zeeschildpadden. De meeste baaitjes zijn bereikbaar via smalle weggetjes, soms over onverharde paden. Een huurauto is praktisch als je er meerdere wilt bezoeken.

Klein Curaçao

Het onbewoonde eilandje Klein Curaçao ligt op zo’n een uur varen van het hoofdeiland. Er staat één vuurtoren, er is geen horeca en er is geen schaduw behalve van de paar palmbomen die er staan. Dat maakt het juist aantrekkelijk voor wie écht even niets wil. Het water eromheen is kristalhelder en het snorkelen en duiken is uitstekend. Dagtrips naar Klein Curaçao worden aangeboden vanuit de jachthaven van Willemstad.

Dia di Pais Kòrsou: nationale trots in het straatbeeld

Op 10 oktober viert Curaçao Dia di Pais Kòrsou, de dag waarop het eiland in 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden werd. De dag wordt gevierd met muziek, dans en culturele evenementen. Je ziet de blauwe en gele Curaçaose vlag overal wapperen. Het is een goede manier om te zien hoe sterk de lokale identiteit is, los van de Nederlandse band die het eiland heeft.

Die eigen identiteit merk je ook in de taal. Het Papiaments (ook gespeld als Papiamentu) is de lokale taal die Spaans, Portugees, Nederlands, Engels en Afrikaanse talen combineert. “Bon dia” is goedemorgen en “danki” is dankjewel. Locals waarderen het als toeristen een paar woorden proberen.

Typisch Curaçaos eten en drinken

Leguaan eten klinkt voor veel bezoekers exotisch, maar op Curaçao is het een traditioneel gerecht. Het vlees wordt gestoofd en heeft een smaak die op kip lijkt. Niet elk restaurant biedt het aan, maar op lokale feesten en bij authentieke eetgelegenheden kom je het tegen.

Andere typische gerechten zijn keshi yena (een gevulde kaasschaal met vlees, olijven en rozijnen), funchi (een polenta-achtige maïspap als bijgerecht) en sopi di piskado (vissoep). Verse vis en zeevruchten staan vanzelfsprekend op vrijwel elk menu.

Drink je liever iets locals? Blue Curaçao is de bekendste export van het eiland. De likeur wordt gemaakt van de schil van de laraha-sinaasappel, een citrusvrucht die alleen op Curaçao groeit. De originele distilleerderij, de Landhuis Chobolobo in Willemstad, is te bezoeken voor een rondleiding en proeverij.

Leguanen, flamingo’s en de natuur buiten de toeristenpaden

Leguanen zijn op Curaçao alomtegenwoordig. Ze zitten langs de weg, op kliffen en in tuinen. Je remt er als automobilist regelmatig voor. In het westen van het eiland, in het Christoffelpark, vind je ook witstaartherten en een gevarieerde vogelwereld. Het park heeft wandelroutes waarbij je vroeg moet beginnen vanwege de hitte.

In de Jan Kok-zoutvlakten, vlak bij de kust, zie je bijna altijd flamingo’s. Ze zijn schuw, dus met een verrekijker kom je verder dan te voet. Het is een van die plekken die de meeste toeristen missen, terwijl het slechts een korte rijdt van Willemstad af ligt.

Curaçao is klein genoeg om in één week een goed beeld te krijgen van wat het eiland typisch maakt. De baaitjes, de hoofdstad, het lokale eten en de eigen cultuur vormen samen een eilandervaring die moeiteloos een tweede bezoek rechtvaardigt.

Scroll naar boven