Typisch Portugees zijn de kleine, warme gewoontes en smaken die je nergens anders tegenkomt: een versgebakken pastel de nata bij de koffie, azulejos aan elke gevel en een diepgevoelde hang naar melancholie die je in de muziek hoort. Of je nu voor het eerst naar Portugal gaat of er al meerdere keren bent geweest, er zijn een handvol dingen die je altijd herkent en die het land zo uniek maken.
Eten en drinken: wat écht typisch Portugees is
De pastel de nata is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van typisch Portugees bakwerk. Dit kleine gebakje met een knapperig deegbakje en een romige custardvulling wordt het liefst warm gegeten, bestrooid met kaneel en poedersuiker. In elke bakkerij en elk café vind je ze, maar de originele versie komt uit de Pastéis de Belém in Lissabon, waar het recept al eeuwenlang vrijwel ongewijzigd is.
Koffie drinken de Portugezen bijna altijd als espresso. Een “bica” in Lissabon of een “cimbalino” in Porto: dat zijn de lokale namen voor wat wij een espresso noemen. Een grote kop filterkoffie zoals in Nederland bestaat vrijwel niet. Vraag je om een “café”, dan krijg je een klein, sterk kopje. Wil je iets groters, vraag dan om een “galão” (vergelijkbaar met een latte) of een “meia de leite”.
Bacalhau, gedroogde en gezouten kabeljauw, is het nationale gerecht bij uitstek. Er zijn naar schatting meer dan 365 traditionele recepten, één voor elke dag van het jaar. De vis wordt geweekt en daarna op tientallen manieren bereid: met aardappel en ei, in de oven gegratineerd of gefrituurde brokken als petiscos (tapasachtige hapjes). Portugees eten zonder bacalhau is bijna ondenkbaar.
Petiscos zijn de Portugese tegenhanger van tapas. Ze zijn bedoeld om te delen, langzaam te eten en te combineren met een glas vinho verde of een lokale rode wijn uit de Alentejo. Typisch Portugees is ook de gewoonte om brood en olijven aan tafel te zetten vóórdat je hebt besteld. Let op: dit is niet gratis in de meeste gevallen. Als je het aanraakt, betaal je ervoor, als je het niet wilt, stuur het gewoon terug.
Azulejos en de Portugese smaak voor schoonheid
Azulejos zijn de blauwe en witte (maar ook kleurrijke) tegels die je overal in Portugal ziet: op kerkmuren, stationsgebouwen, gevels van woonhuizen en restaurants. De naam komt waarschijnlijk van het Arabische woord voor gepolijste steen. Ze vertellen verhalen, beelden landschappen af of zijn puur decoratief. Het station van São Bento in Porto heeft een van de beroemdste azulejo-composities ter wereld, met duizenden handgeschilderde tegels die de Portugese geschiedenis uitbeelden.
Het typisch Portugese gevoel voor decoratie zie je ook terug in de calçada portuguesa: de zwart-witte mozaïekvloeren van straatklinkers die je in vrijwel elke stad en elk dorp tegenkomt. De patronen variëren van eenvoudige golfmotieven tot complexe taferelen. Op gladde schoenen of bij regen zijn ze glibberig, dus dat is goed om te weten.
Saudade: het gevoel dat Portugal definieert
Saudade is een Portugees woord waarvoor in het Nederlands geen directe vertaling bestaat. Het beschrijft een weemoedig verlangen naar iets of iemand die er niet meer is, gecombineerd met een warm gevoel voor wat ooit was. Het zit diep in de cultuur verankerd en kom je letterlijk terug in de fado, de traditionele Portugese muziek.
Fado is donker, melodieus en emotioneel. De zanger (fadista) wordt begeleid door een Portugese gitaar en een viola baixo. Het genre staat op de UNESCO-lijst voor immaterieel cultureel erfgoed. In Lissabon zijn Alfama en Mouraria de wijken waar fado traditioneel vandaan komt. Een live fado-avond in een klein restaurant is een van de meest typisch Portugese ervaringen die je kunt hebben, maar weet dat de beste optredens soms pas laat op de avond beginnen.
Typisch Portugees gedrag en gewoontes
Portugezen zijn over het algemeen warm en gastvrij, maar niet opdringerig. Ze zijn trots op hun land en cultuur, maar zelden luidruchtig over. Een onbekende begroeten met een kort knikje of een glimlach is normaal. In sociale situaties waarbij je iemand beter kent, zijn twee kussen op de wang (links-rechts) de standaard begroeting.
Tijd heeft in Portugal een andere lading dan in Noord-Europa. Een afspraak om 20:00 uur kan om 20:30 beginnen. Restaurants zijn ’s avonds vroeg, voor Portugese begrippen, leeg: voor 19:30 uur eten is een buitenlands gebruik. Locals eten vaak pas om 20:00 of 21:00 uur. Wie om 18:30 uur een tafel zoekt, zit er meestal gezellig alleen.
Winkels, kappers en kleine bedrijven houden ’s middags soms nog steeds een pauze aan, al is dat in grote steden als Lissabon en Porto minder gebruikelijk dan vroeger. In kleinere plaatsen en op het platteland is de middag siësta nog heel gewoon.
Andere typisch Portugese dingen die je herkent
- Galo de Barcelos: de kleurrijke keramieken haan is het nationale symbool van Portugal. Je vindt hem op mokken, tegels, magneten en vrijwel elk souvenir. Het verhaal erachter gaat over een man die onschuldig werd veroordeeld en wondraarlijk werd gered door een geroosterde haan die begon te kraaien.
- Pastéis de bacalhau: kleine gefrituurde kabeljauwkoekjes die je zowel als snack als als maaltijd eet. Ze smaken nuttiger dan ze klinken.
- Mirinda en Sumol: frisdranken die je in andere landen nauwelijks tegenkomt maar in Portugal overal zijn. Sumol-abrikoos is een lokale favoriet.
- Tuk-tuks in de stad: inmiddels toeristische attractie geworden in Lissabon, maar ze rijden echt rond en zijn populair voor korte ritjes door de smalle straatjes van Alfama.
- Sardines: tijdens de Festas de Lisboa in juni ruikt de hele stad naar gegrilde sardines. Ze worden op straatfeesten geserveerd met brood en een glas bier of wijn.
Typisch Portugees is dus geen enkel ding, maar een combinatie van smaak, gevoel, kleur en tempo die je nergens anders zo tegenkomt. Van de eerste slok espresso ’s ochtends tot de laatste tonen fado ’s avonds laat: Portugal heeft een eigen ritme dat je snel leert kennen en moeilijk vergeet.


